Hotelbaas Ignace Defever: “De Bonte Os is het Fawlty Towers van de lage landen”

Hotelier Ignace Defever van De Bonte Os Hotel & Tower in Roeselare noemt zichzelf ‘mediageil’. Dat is volgens hem ook nodig om zijn tweesterrenhotel op de kaart te zetten. “Een klein familiehotel als het onze heeft niet de marketingmiddelen om veel publiciteit te doen. We moeten dus roeien met de riemen die we hebben. De Bonte Os is dan ook een hotel waar het persoonlijk contact met de klanten centraal staat. En we willen ook ‘anders dan anders’ zijn, zodat gasten ons herinneren en aan gratis mondreclame doen. Zeg maar gerust dat de Bonte Os het Fawlty Towers van de lage landen is”.

Het minste dat je kan zeggen is dat Ignace Defever niet op zijn mondje gevallen is. De zaakvoerder van De Bonte Os is een spraakwaterval die nooit verlegen zit om een pakkende quote. De ene moment reageert hij met een kwinkslag, om onmiddellijk daarna bloedserieus uit de hoek te komen. Bruisend van energie deelt hij je graag zijn visie op zijn hotel en de horecasector mee. De veelzijdige man – naast hotelier is hij ook nog kok, housekeeper, receptionist, Voorzitter van Horeca Midden West-Vlaanderen en bestuurslid van tal van verenigingen – is reeds de vierde generatie van Hotel De Bonte Os en Tower en is vast van plan om zijn stempel te zetten. “Bij mij klikt het of botst het. Iedereen kent ondertussen mijn smoel al. Voor een familiezaak is dat het belangrijkste”.

Beenhouwerij

Je moet maar De Bonte Os binnenstappen en je weet al dat dit geen gewoon logiesverstrekkend bedrijf is. Neem nu de receptie, die gesitueerd is in een oude beenhouwerij, met antieke koelcellen en faiences met koeien en ossen op. Het is in dit pand, in het karakteristieke gebouw op de hoek van de Sint-Hubrechts- en de Steenhouwerstraat, dat het verhaal van De Bonte Os begon. Kort na de eerste wereldoorlog startte de overgrootvader van Ignace hier een beenhouwerij op, die al gauw een succes werd. In de jaren ’30 kreeg iedereen voor het eerst betaalde vakantie (‘congé payé’). Meer mensen begonnen hierdoor te reizen of uitstappen te maken. “Mijn overgrootvader Leon was een commerçant en zag hier brood in”, vertelt zijn achterkleinzoon Ignace. “ Boven de slagerij had hij een aantal kamers, die hij besloot te verhuren. En zo werd de kiem van het hotel gelegd”. 

Kort na de tweede wereldoorlog besloot Georges Defever (zoon van Leon) om het aantal kamers te vermeerderen. De grootvader van Ignace liet boven op het bestaande gebouw drie verdiepingen bouwen. De Bonte Os werd hierdoor meteen de eerste hoogbouw in Roeselare. Je ziet nog steeds aan de gevel van dit hoekgebouw dat het uit de 2 afzonderlijke ‘lagen’ bestaat, merkt Ignace op. 

Met Marc Defever en Christine Pattyn (vader en moeder van de huidige zaakvoerder) trad de derde generatie aan. De tijden veranderden en het hoteldecreet kwam er. De zaakvoerders pasten zich aan de nieuwe omstandigheden en wetgeving aan en transformeerden in de jaren ’70 het pension tot het tweesterren Hotel De Bonte Os en Tower. De kamers en het interieur werden meermaals gerenoveerd. In de jaren ’90 werd het hotel nogmaals uitgebreid door de aankoop van vier kleine aanpalende huisjes in de Steenhouwersstraat, die volledig gestript en gerenoveerd werden. Tussen de nieuwe vleugel en het oude gebouw werd een panoramische lift gebouwd, dat nu hét pronkstuk is van het hotel. De lift voert je naar de vijfde verdieping, waar je een uniek zicht hebt op de skyline van Roeselare.

Stilzitten is stilstaan

In september 1992 kwam Ignace Defever in het hotel, dat hij samen met zijn echtgenote Vinciane Verschoore in 2013 overnam van zijn ouders. De flamboyante hotelier vindt dat ‘stilzetten hetzelfde is als stilstaan’ en startte onmiddellijk met renovaties en vernieuwingen. Zo zijn er in de Steenhouwersstraat opnieuw twee arbeidshuisjes gekocht om het hotel uit te breiden. “ We kregen de kans om die huisjes te kopen en zo’n opportuniteit moet je aangrijpen. Momenteel zijn we volop bezig met de verbouwing. Tegen de zomer van 2018 zal De Bonte Os er vier grote hotelkamers bijhebben. Dan hebben we in totaal 28 kamers”. 

Mediageil

Igance Defever geeft van zichzelf toe dat hij mediageil is. : “Kijk, De Bonte Os is een tweesterrenhotel dat enerzijds te groot is voor een B&B, maar anderzijds te klein voor een hotel dat een heuse marketingmachine achter zich heeft. Wij hebben geen centen om publiciteit te maken en moeten het dus vooral hebben van mond-aan-mond-reclame. Daarom tracht ik zo veel mogelijk in ‘de picture te komen’. Eertijds stapte ik naar de VRT met een voorstel een reeks ‘Het leven zoals het is… in een hotel’ te maken. Mislukt. In 2001 schreef ik mij voor ‘Witte Raven’ en ik had zelfs een draaiboek voorbereid. Ook dit ging niet door. Ik haalde dat jaar wel het journaal met Anno 02, waarbij we 10 kamers ter beschikking hadden gesteld aan kunstenaars die carte blanche hadden gekregen om zich creatief uit te leven. Toen ik in 2005 vernam dat VTM plannen had om een Vlaamse tegenhanger van ‘Kitchens Nightmare’ te maken, stelde ik mijzelf opnieuw kandidaat omdat De Bonte Os het toen moeilijk had en wij wel wat publiciteit konden gebruiken. Uiteindelijk belandde Luc Bellings hier met zijn programma ‘Chef in nood’. In het begin werd mijn familie en mijzelf wel een beetje ‘te kakken gezet’, maar dat hoort bij zo’n programma. Uiteindelijk kwam alles goed en kregen we van Luc Bellings enkele nuttige tips die ons geen windeieren hebben gelegd. En De Bonte Os kwam uitgebreid aan bod en in beeld en daar draait het tenslotte allemaal om”.  

Anders dan anders

De flamboyante hotelbaas zegt van zijn hotel dat ‘het anders dan anders’ wil zijn en dat dit ook een bewuste keuze is. Vooral het persoonlijk contact is een extra troef, meent hij: “Ik tracht met elke gast zo veel mogelijk te praten. We streven ernaar om onze gasten een huiselijke sfeer mee te geven. Een restaurant is er niet meer, maar onze gasten kunnen ’s avonds wel aanschuiven voor een maaltijd (‘gewone, dagdagelijkse kost’, zeg maar), die ik trouwens zelf klaarmaak. Ze zien mijn smoel ook bij het ontbijt. Ik probeer het altijd zo persoonlijk mogelijk te houden. Als het ergens fout loopt, tracht ik het met een kwinkslag op te lossen. Ik zeg soms al lachend dat De Bonte Os het ‘Fawlty Towers’ van de lage landen is. Met zo’n aanpak blijf je in het achterhoofd van de gast. Als men
De Bonte Os vernoemt, moet men spontaan aan mij denken. En omgekeerd”.

Auteur en foto: Peter Van Oyen