“Brussel en de sector tonen sterke veerkracht”

© The Hotel Brussels

Rodolphe Van Weyenbergh, secretaris-generaal van de Brussels Hotel Association

Rodolphe Van Weyenbergh, secretaris-generaal van de Brussels Hotel Association (BHA), speelt een sleutelrol in de belangenvertegenwoordiging van de Brusselse hotelsector, het opzetten van strategieën en het bevorderen van samenwerking binnen de sector. Zijn ervaring en leiderschap zet hij in als antwoord op de uitdagingen en opportuniteiten die impact hebben op de Brusselse hotelmarkt.. De Brussels Hotel Association (BHA) vertegenwoordigt meer dan 90% van de hotels in Brussel en kan daarom gezien worden als de enige echte organisatie die de hotelsector in Brussel vertegenwoordigt. Ze verdedigt de belangen van de sector en zet zich in voor de promotie van de toeristische bestemming. De vereniging ondersteunt ook innovatie en duurzame ontwikkeling in de sector. Tijd dus voor een praatje met Rodolphe.

Hotel Business (HB): Heeft 2024 de verwachtingen voor de hotelsector ingelost? Wat zijn de resultaten voor de sector in Brussel? Hoe staat het met de resultaten in vergelijking met 2019?
Rodolphe Van Weyenbergh (RVW): “De resultaten van 2024 kwamen weer in de buurt van die van 2019. We hebben opnieuw de kaap van 7 miljoen legale overnachtingen overschreden na enkele zeer moeilijke jaren tussen 2020 en 2023. De resultaten zijn matig in vergelijking met 2019 (vóór de pandemie) en zelfs iets lager dan het referentiejaar op het gebied van bezettingsgraad. In 2024 bereikte de gemiddelde bezettingsgraad 72,1% in het Brussels Gewest, een stijging met +2,2% ten opzichte van 2023, maar weliswaar nog geen volledige terugkeer naar het normale niveau in vergelijking met 2019 (-3,4%). Toch is er ongetwijfeld sprake van herstel. De trend is positief en de doelstelling van 80% bezettingsgraad, die wordt beschouwd als een break-evenpunt voor de sector, ligt binnen handbereik als we rekening houden met de duidelijke heropleving van het internationale verkeer, en de ontwikkeling van het stadstoerisme gekoppeld aan de grote internationale stations en de toenemende diversificatie van de herkomst van de toeristen. Brussel heeft nog enorm veel potentieel om zijn marktaandeel te vergroten.”
“Het concurrentievermogen van de sector blijft een grote uitdaging. De omzet per beschikbare kamer (‘RevPar’) steeg met 1,1% ten opzichte van 2023 en met 16% ten opzichte van 2019, wat nog steeds onder de inflatiedrempel ligt. De stijging van de hotelomzet is dus niet voldoende om de stijging van de arbeidskosten in de horeca en de stijging van de energiekosten in dezelfde periode te compenseren. Dit is een echte uitdaging voor onze sector, net als voor andere arbeidsintensieve sectoren in België, en een die de federale regering moet aanpakken.
Op een meer algemeen niveau bracht 2024 een aantal belangrijke ontwikkelingen met zich mee. Ten eerste werd er in februari 2024 een nieuwe ordonnantie voor het toeristische verblijf aangenomen. Er werd reikhalzend uitgekeken naar de uitvoering ervan, omdat deze voorziet in strengere controles en sancties voor illegale verblijfsaccommodaties. Ten tweede maken de Europese beperkingen voor “platformaanbieders” het eindelijk mogelijk om de impact van oneerlijke concurrentie van dit type accommodatie objectief te beoordelen. Aan de hand van cijfers kunnen we nu vaststellen dat het effect veel dramatischer is dan eerder werd ingeschat, met meer dan 2 miljoen overnachtingen die wegvloeien uit de legale sector. Tot slot is de hotelsector dit jaar spectaculair blijven investeren, met de opening van een groot aantal vestigingen in Brussel in verschillende marktsegmenten. Er is dus sprake van een terugkeer naar de normaliteit, een dynamische sector, misschien wel de voorwaarden voor echte groei… en een enorme uitdaging op het gebied van regelgeving.”

HB: In een recent artikel in ‘BXL’ riep BHA op tot actie tegen illegale/onwettige huisvesting in Brussel. Kunt u de ernst van de situatie uitleggen?
RVC: “Eerst en vooral mogen we niet vergeten dat BHA twee grote doelstellingen ondersteunt, in lijn met de geleidelijke normalisering van de toeristische activiteit in Brussel na 2020-2023, toen deze tot stilstand kwam. Ten eerste willen we tegen 2028 op gewestelijk niveau 10 miljoen overnachtingen per jaar realiseren en ten tweede willen we daartoe komen door de eerder genoemde bezettingsgraad van meer dan 80% te halen. We hebben berekend dat onder deze voorwaarden 1.500 tot 3.000 duurzame, niet elders uitvoerbare banen gecreëerd kunnen worden in Brussel.” 
“We mogen niet vergeten dat onze cijfers een onderscheid maken tussen de legale overnachtingen die door onze sector zijn geregistreerd en anderzijds de algemene gegevens die door de statistische diensten en overheidsinstanties worden aangeleverd. Deze laatste bevatten af en toe ook cijfers van zogenaamde samenwerkingsplatformen. De overgrote meerderheid van deze overnachtingen in woonverblijven zijn echter georganiseerd in illegale, niet-geregistreerde accommodaties. Deze oneerlijke concurrentie, uiteraard versterkt door de sterke groei van de platformeconomie, is in 2024 goed voor meer dan 25% van de markt. En het levert vrijwel geen werkgelegenheid op!
Dit soort concurrentie is inmiddels een enorme destabiliserende factor voor de toeristische sector en het hotelwezen, die bijdraagt tot de ontwikkeling van overtoerisme in hele wijken van de hoofdstad, de prijzen op de woningmarkt verstoort en een zeer groot aantal betaalbare woningen uit het beschikbare aanbod weghaalt in een regio waar reeds een woningtekort  is. Bovendien worden hierdoor jobs vernietigd die het reguliere hotel- en logiesaawezen gecreëerd heeft en probeert vast te houden. Om al deze redenen hebben de Brusselse economische sectoren en sociale partners, verenigd in Brupartners (onze economische en sociale raad), gevraagd de overheid ervan bewust te maken en om een dringende reactie te leveren in verhouding tot de belangen die hier op het spel staan.

Rodolphe Van Weyenbergh, secretaris-generaal van de Brussels Hotel Association: “Oneerlijke concurrentie vertegenwoordigt meer dan 25% van de markt in 2024 en creëert vrijwel geen nieuwe werkgelegenheid”.

HB: Welke actie acht BHA noodzakelijk?
RVW: “Er wordt erg uitgekeken naar de uitvoering van de nieuwe ordonnantie betreffende het toeristische verblijf. Naast de versterking van de controle- en sanctiemiddelen die deze ordonnantie mogelijk zal maken, is het volgens ons noodzakelijk om de personeelsbezetting van de inspectiediensten te verhogen en ook om de coördinatie met de Brusselse gemeenten te verzekeren, die dienen in te staan voor de huisvestingskwesties en de territoriale evenwichten.
Net als veel andere grote Europese steden en bestemmingen staat Brussel voor de verschrikkelijke uitdaging van deregulering. In Parijs, Madrid, Londen, Berlijn… overal staat hetzelfde op het spel en zijn de procedures hetzelfde. Het voldongen feit, de minimalisering, de ontkenning van een fenomeen dat veel verder gaat dan de visie van een individuele, eenmalige activiteit of zelfs van kleine onafhankelijke investeerders. De realiteit is heel anders en bovenal is het fenomeen gigantisch. We moeten ons verzetten tegen simplistische voorstellen om quota in te voeren, te onderhandelen over belastingen in ruil voor gedwongen regularisatie… De methode is bekend en andere sectoren hebben de prijs betaald. Wat we nu nodig hebben is  het onderscheidend vermogen om banen en huisvesting te beschermen en niet toe te geven aan een overduidelijke valstrik. Hoe kan iemand nog geloven dat illegale flats zich richten op een ander cliënteel dan een legaal hotel of aparthotel, dat naar behoren geregistreerd is en belastingen betaalt? Dat deze appartementen noodzakelijk zijn voor de aantrekkelijkheid van een bestemming, dat ze complementair zijn?  In de overgrote meerderheid van de gevallen gaat het niet om de opkomst van een nieuwe accommodatiepraktijk of een nieuwe markt, maar om  het vampiergedrag van een sector.
Natuurlijk bleef Brussel ook in 2024 kampen met imagoproblemen: aanslagen, de ‘war on drugs’, veiligheid in en rond spoorwegstations. De aanslagen vonden bijna 10 jaar geleden plaats. Brussel en de sector tonen sterke veerkracht. Sindsdien heeft het Gewest een grondige transformatie ondergaan en de vitaliteit ervan is nog nooit zo sterk geweest. Veiligheid blijft natuurlijk een belangrijk thema, zowel voor Brussel als voor alle grote Belgische en Europese steden. We werken samen met de lokale, gewestelijke en federale overheden om dit probleem aan te pakken, net als dat van de openbare rust, vooral op het vlak van vervoersinfrastructuur, stations en metro. De acties op het terrein beginnen vruchten af te werpen, maar de realiteit is dat het een inspanning op lange termijn zal zijn, een voortdurende en gezamenlijke inspanning van politie en openbare diensten op het terrein. Op een meer specifiek niveau had BHA in 2024 de gelegenheid om een relatief nieuw protocol te ondertekenen met de politiezone Brussel-Noord zodat onze klanten en hotels gemakkelijker klacht kunnen indienen en melding kunnen maken bij de bevoegde diensten. Het Zuidstation moet een nationale aangelegenheid worden en investeringen en middelen krijgen die in verhouding staan tot zijn status als een van de belangrijkste toegangspoorten voor internationaal toerisme voor Brussel, maar ook voor Vlaanderen en Wallonië.”

HB: Wat zou de Brusselse regering moeten doen om Brussel beter op de kaart te zetten?
RVW: “We moeten ons blijven inspannen om Brussel aantrekkelijker te maken als toeristische en zakelijke bestemming. We hebben immense troeven, in het bijzonder de aanwezigheid van de grote Europese instellingen, meer dan 300 internationale delegaties, de Europese hoofdkantoren van zeer grote privébedrijven… Maar we moeten absoluut de regionale faciliteiten versterken, en in het bijzonder de voltooiing van het project van het Congrescentrum met 5.000 plaatsen op het Heizelplateau, en de middelen voorzien voor de komst in 2026 van het grootste kunstpodium en museum voor moderne en hedendaagse kunst in continentaal Europa na Pompidou Parijs: Kanal. De hoofdstad van Europa verdient het om te schitteren en zich te onderscheiden. We hebben soms te veel geleden onder een gebrek aan ambitie.”

HB: Wat zijn de andere grote uitdagingen waar de Brusselse hotelsector momenteel voor staat?
RVW: “De boodschap aan onze politieke leiders is van verschillende aard.
We pleiten voor de ontwikkeling rond bestaande en toekomstige infrastructuren voor vakbeurzen en professionele evenementen. We hebben de laatste jaren veel business verloren en we moeten onze plaats terugwinnen. We moeten, zowel in de publieke als in de private sector, alle initiatieven aanmoedigen die het aantal evenementen en culturele activiteiten, festivals en internationale bijeenkomsten doen toenemen. Na COVID en de Oekraïne-crisis moet het hart van Europa weer kloppen… en nog krachtiger dan voorheen.  
Andere meer hardnekkige uitdagingen zijn de behoefte aan fiscale stabiliteit en een kader dat het concurrentievermogen bevordert, in het bijzonder door rekening te houden met de loonachterstand van België ten opzichte van andere Europese landen.
En tot slot, veel actueler natuurlijk, is het onze overtuiging dat onze sector als voorbeeld kan dienen als keerpunt in duurzame en maatschappelijk verantwoorde stedelijke investeringen. Er bestaan tientallen domeinen waarin publieke en private partnerschappen kunnen worden gevormd rondom onze activiteiten om deel te nemen aan de grote veranderingen in sociale en milieuverantwoordelijkheid die onze bedrijven ondersteunen, van de uitdagingen om onze gebouwen te isoleren tot het beleid van korte stadscircuits, en natuurlijk niet te vergeten een dynamiek van jobcreatie gekoppeld aan een opleidingsbeleid en een herwaardering van het imago en de aantrekkelijkheid van het hotelberoep, verankerd in het stadsweefsel en bovenal onmogelijk elders te plaatsen.”

Door Alexander Dupont