“Ik voel me een beetje de ‘burgervader’ van dit hotel: het is eigenlijk een klein dorp op zichzelf, een oase van luxe, maar bovenal van rust.”
Sinds begin 2026 leidt Roy Tomassen Botanic Sanctuary Antwerp. Met jarenlange ervaring in internationale tophotels weet hij als geen ander dat luxe verder gaat dan vijf sterren, design of exclusiviteit. Voor hem is echte luxe de rust die ontstaat wanneer alles voor je wordt geregeld: tijd om te vertragen, aandacht om te luisteren en ruimte om nergens aan te hoeven denken. Zijn missie is helder: het niveau verder verhogen en van Botanic een plek maken waar service niet alleen perfect, maar vooral oprecht aanvoelt.
De ingang van Botanic Sanctuary Antwerp laat zich niet meteen prijsgeven. Midden in de stad verwacht je drukte, verkeer, geroezemoes. Hier, achter de entree van het hotel, verandert het ritme en lijkt het alsof iemand het volume van de stad een paar standen lager heeft gezet.
De lobby voelt niet als een klassieke hotellobby. Eerder als een eigentijdse serre, badend in daglicht, met bloemen en planten die zich tussen het historische steenwerk nestelen. Boven me een glazen dak, rondom me de sporen van een verleden dat hier al eeuwen aanwezig is. De naam Sanctuary voelt plots minder als een marketingterm en meer als een belofte. Een toevluchtsoord, midden in bruisend Antwerpen. Eerst is er licht. Dan groen. En dan zalige rust.

We ontmoeten Roy Tomassen in Henry’s Bar & Bistro, dat zijn naam ontleent aan Henri-Ferdinand van Heurck, de 19e eeuwse botanist en directeur van de Antwerpens Botanische Tuinen. De intieme bar, met zacht licht, glaswerk en een rustige elegantie, gaat over naar een lichte, heldere serre die uitkomt op een terras (plus een privé-eetkamer waar de muren met wijn zijn beschilderd). Ook hier weer krijg je het gevoel dat je terechtkomt in een oase van rust en luxe. Wat doet dit met een mens als je hier terechtkomt als CEO, vragen wij Roy Tomassen op de man af. Ben jij op zoiets überhaupt voorbereid en kan jij jouw ervaring in de luxehotellerie ook toepassen op een hotel als Botanic Sanctuary Antwerp?
De hotelier lacht even. “ Helemaal onvoorbereid ben ik natuurlijk niet. Ik heb al decennia hotelervaring op de teller. Ik ben op mijn veertiende begonnen in de horeca en heb zowel in restaurants als hotels gewerkt. Geleidelijk aan klom ik op. Via InterContinental belandde ik in Londen, waar ik onder meer betrokken werd bij verschillende hotelopeningen en uiteindelijk terecht kwam in bij het InterContinental London Churchill, een vijfsterrenhotel met 445 kamers.”
Eyeopener
Het Londense InterContinental werd uiteindelijk overgenomen door Hyatt. Roy bleef daar nog een tijdje werkzaam, totdat hij gevraagd werd om de overstap te maken naar de Grand Hyatt Amman in Jordanië. Die periode beschouwt hij nu als één van de bepalendste uit zijn carrière. Het hotel was kort daarvoor doelwit geweest van een aanslag. “Ik hield me er bezig met het opnieuw opbouwen van het team. Vooral motivatie was belangrijk: mensen bij de hand nemen en opnieuw vertrouwen opbouwen.”
Tegelijkertijd maakte hij er kennis met een cultuur die sterk verschilde van die in Dubai of Qatar. “In Jordanië werk je veelal met lokale mensen. Je moet je echt verdiepen in de cultuur en leren begrijpen hoe mensen denken en werken. Dat was voor mij een enorme eyeopener. Door ergens daadwerkelijk te leven, krijg je een veel genuanceerder beeld. Die ervaring heeft me later geholpen om met meer begrip naar andere culturen en manieren van werken te kijken.”

Na 2 jaar Jordanië belandde Roy Tomassen opnieuw in Londen waar hij een familiebedrijf runde. Die ervaring kwam goed van pas toen de hotelier betrokken raakte bij de opening van het Conservatorium Hotel in Amsterdam én de voorbereidingen voor Café Royal in Londen. “Ze zochten in Amsterdam een Nederlandssprekende manager die in Engeland had gewerkt. Ze moesten twee hotels tegelijk openen: het Conservatorium Hotel in Amsterdam en Café Royal in Londen. Het idee was om dezelfde procedures uit te schrijven, maar tegelijkertijd rekening te houden met lokale wetgeving en lokale gewoontes. Ik was in Amsterdam assistent-directeur en verantwoordelijk voor alles wat niet met F&B te maken had.”
Na vijftien jaar bij het Conservatorium Hotel diende zich opnieuw een nieuwe fase aan. “In Antwerpen waren ze op zoek naar iemand die Nederlands sprak en ervaring had in de luxe-hotellerie. Via via kwam ik in contact met de Botanic. Ik ben langsgekomen en zag hier dit fantastische project.” Sinds begin 2026 ligt zijn werkterrein dus in Antwerpen, waar hij als CEO van Botanic Sanctuary Antwerp aan een nieuw hoofdstuk van zijn carrière begon.
Fine-tuning
Ondertussen wordt ons koffie gebracht. Een porseleinen kopje, een klein kannetje warme melk, alles zorgvuldig op zijn plaats. De medewerker zet het dienblad neer met een bijna geruisloze vanzelfsprekendheid en trekt zich daarna discreet terug. Rondom ons beweegt de bar in een trager ritme: zachte stemmen, het gedempte geluid van servies, licht dat door hoge ramen naar binnen valt. Op het eerste gezicht lijkt alles bij Botanic Sanctuary op zijn plaats te vallen. Maar was dat ook zo toen Roy Tomassen begin dit jaar aan zijn nieuwe opdracht begon? Wat trof de hotelier aan toen hij de leiding over het hotel op zich nam?
Roy Tomassen hoeft niet lang na te denken. “Vooral een groep mensen met hetzelfde enthousiasme en dezelfde bereidheid om het succesvol te maken. Je zag ook duidelijk de vaste wil bij hen om te slagen in de luxe-hotellerie. Iedereen werkte wel wat vanuit zijn eigen referentiekader en soms ontbrak er wat finesse. Maar met coachen en mensen te motiveren, kan je zeer veel bereiken. Ik noem dat fine-tuning.”

Meestal merkt de gast daar volgens de hoteldirecteur nauwelijks iets van. “De ervaring is al van een heel hoog niveau. De uitdaging zit vooral achter de schermen: zorgen dat de klok blijft draaien, de efficiëntie verhogen en leren van fouten.”
Die manier van kijken naar problemen vormt een belangrijk onderdeel van zijn managementfilosofie. Problemen moeten volgens Tomassen niet worden afgedekt, maar bij de wortel worden aangepakt. “Ik wil mensen zelf laten nadenken. Je moet voorkomen dat iemand zegt: ‘Ik heb een probleem’ en vervolgens verwacht dat de manager de oplossing geeft. Ik zeg altijd: denk na. We moeten geen pleisters plakken. Als er een probleem is, moeten we het hechten in plaats van er een pleister overheen te doen die er volgende week weer afvalt. Daarvoor moet je soms een stap terugzetten en verder kijken dan het probleem zelf: ‘Waar ligt de echte oorzaak?’ Dat betekent dat je soms even moet stilstaan en alle partijen moet betrekken. Dat kost op korte termijn misschien tijd, maar uiteindelijk geeft het veel meer zekerheid.”
Heiligdom in verschillende tijdlagen
De hoteldirecteur wil ons zijn Sanctuary laten zien. Het hotel, met 108 kamers en suites, restaurants, bars en een spa, ontvouwt zich niet in één gebouw, maar in vijf historische panden die met elkaar verbonden zijn door gangen, trappen, binnenplaatsen en tuinen. We slaan een hoek om en het perspectief verandert opnieuw: een oude gevel, een houten deur, een glimp van groen. Boven ons verschijnen eeuwenoude balken, een boog omlijst een binnentuin en een smalle gang mondt uit in een lichtere ruimte. De architectuur is nergens nadrukkelijk aanwezig, maar vormt vanzelfsprekend het decor van de wandeling.
Ook de geschiedenis laat zich hier zonder veel uitleg lezen. “Het domein gaat terug tot de 13de eeuw, toen het Sint-Elisabethziekenhuis en het klooster hier hun intrek namen”, vertelt de hoteldirecteur. “Door de eeuwen heen werd er gebouwd, uitgebreid en opnieuw vormgegeven. Er kwam een kapel, nieuwe vleugels verrezen en een kruidentuin werd aangelegd voor de medicinale planten die in het ziekenhuis werden gebruikt.”

Die verschillende tijdlagen zijn vandaag nog overal zichtbaar, maar voelen nergens als een museumdecor. Het verleden is aanwezig zonder de hedendaagse bestemming te overheersen. Dat is misschien wel een van de sterkste kwaliteiten van Botanic Sanctuary. De monumentale structuur krijgt een eigentijdse tegenhanger in zachte tinten van salie, zand en crème, gecombineerd met hout, glas, groen en zorgvuldig gekozen kunst. De inrichting balanceert tussen Japandi, Vlaamse ingetogenheid en de verfijning van hedendaagse Europese luxe. Zo ontstaat een interieur waarin oud en nieuw niet tegenover elkaar staan, maar elkaar versterken.
Echte luxe: tijd maken voor de gast
Botanic Sanctuary Antwerp bevindt zich aan de absolute top van de luxe hotellerie. Toch denkt Roy Tomassen bij het woord ‘luxe’ niet in de eerste plaats aan het interieur, de suites of een exclusieve fles whisky in Henry’s Bar. Voor hem schuilt de ware luxe in iets wat veel minder tastbaar is: tijd. “De tijd hebben voor een gast, dát is pas luxe. Tijd om vragen te stellen, aandachtig te luisteren en te kijken hoe je iemand zo goed mogelijk kunt helpen. Het interieur en het meubilair zijn een investering. Met een goede bankrekening kun je mooie stoelen kopen. De meeste mensen die hier verblijven, hebben thuis waarschijnlijk nog veel meer. Je kunt dus niet concurreren met zo’n persoon, als luxe alleen om spullen zou draaien. Het gaat om het gesprek, de service en de persoonlijke aandacht.”
Tomassen wordt naar eigen zeggen juist enthousiast wanneer een gast met een lange lijst aan wensen komt. “Een kamertemperatuur van 21 graden, water uit Fiji, servetten uit een bepaalde plaats – zolang we weten wat iemand wil, kunnen we ermee aan de slag. Bijna alles kan hier worden geregeld.”
Die mentaliteit vraagt om medewerkers die verder kijken dan hun eigen functie. “Soms komt een gast hier binnen met een heel specifieke wens. Dan moet je daarop kunnen inspelen. Daarom moeten onze medewerkers, zeker op managementniveau, nieuwsgierig zijn. Ze moeten zich inlezen, onderzoek doen en verder kijken dan hun eigen werkgebied.”

Goede service begint volgens Tomassen dan ook niet bij het oplossen van een vraag, maar bij het vooruitdenken. “Je moet kunnen aanvoelen wat een gast nodig heeft voordat die het vraagt. Ik noem dat de kunst van het onmogelijke mogelijk maken.”
De rust als grootste kracht
Volgens Tomassen is de rust misschien wel de grootste kracht van Botanic Sanctuary. “Dat wordt enorm geapprecieerd door onze gasten en dat voel je echt. Wat ik zo mooi vind, is dat je aan beide kanten van de stad via een poort binnenkomt. Buiten is het druk. Je zit midden in het centrum, tussen auto’s en fietsers, met aan de andere kant de tram en het plein met zijn terrassen. Maar zodra je door die poort gaat, kom je letterlijk in een heiligdom terecht. De energie verandert meteen. De drukte maakt plaats voor groen, bomen en de botanische tuin.”
Die overgang wordt volgens hem sterker naarmate je verder het domein in gaat, richting het voormalige klooster. “Je ruikt de planten, ziet de hoogte van de ruimtes en het licht dat in de lobby valt. Al die elementen dragen bij aan wat je hier voelt.” Voor Tomassen is Botanic dan ook meer dan een hotel; het is een totaalbeleving die zich geleidelijk laat ontdekken. “Je ontdekt hier telkens iets nieuws. Achter iedere ruimte zit weer een andere ruimte. De hoge plafonds, het glas, de materialen, de schildertechnieken, de muziek en de geuren: alles draagt bij aan de ervaring.”
Daarom moedigt hij gasten aan om zelf op ontdekkingstocht te gaan. “In veel hotels weet je na een tijdje precies waar alles is. Je loopt een paar keer door dezelfde gang en het verhaal stopt. Hier blijft het gebouw je prikkelen.”
Burgervader
Roy Tomassen omschrijft Botanic Sanctuary Antwerp als een dorp, met zichzelf als een soort burgervader. “In dit hotel gebeurt eigenlijk alles wat ook in een klein dorp gebeurt. Er is security, EHBO, er zijn restaurants, een spa, een kerk. Er is van alles.”
Die brede blik komt voort uit zijn eigen parcours. Tomassen begon in de keuken, werkte in de bediening, volgde verschillende opleidingen en bekleedde uiteenlopende functies binnen de hotellerie. “Daardoor weet ik hoe verschillend mensen leren en wat iemand nodig heeft om gemotiveerd te raken. Ik kan gemakkelijk schakelen tussen een chef, een eigenaar, een strategisch gesprek en iemand op de werkvloer. Dat helpt me om mensen te begeleiden.”
Zijn managementfilosofie vat hij samen in twee woorden: ‘People First’. Die filosofie geldt zowel voor medewerkers als voor gasten. “Medewerkers kunnen pas goede service bieden als ze zelf goed in hun vel zitten. Als organisatie hebben we daarin een verantwoordelijkheid. Voor mij gaat dit samen met duidelijke verwachtingen, verantwoordelijkheid en hoge standaarden.” Alles begint met waardering. “Ik doe eigenlijk al mijn hele leven hetzelfde: mensen trots maken. Mensen laten voelen dat ze gezien en erkend worden.” Daarom vraagt hij zijn managers om niet alleen te zeggen dat iets goed is gedaan, maar ook concreet te benoemen wat ze hebben gezien. “Dan wordt een compliment tastbaar. En op dat moment ontstaat trots.” Daarvoor moet een manager vooral aanwezig zijn. “Als je op kantoor zit, zie je het niet. Ga naar de vloer. Kijk wat er gebeurt. Werk samen met je mensen.” Misschien is dat wel de essentie van zijn rol als ‘burgervader’ in Botanic Sanctuary Antwerp: niet van bovenaf leiden, maar tussen de mensen staan.
Gastronomie als bestemming
Wie Botanic Sanctuary alleen als overnachtingsplek beschouwt, mist een belangrijk deel van het verhaal. Gastronomie is hier een bestemming op zichzelf, met een reeks adressen die elk een eigen karakter en ritme hebben.
Het tweesterrenrestaurant Hertog Jan van Gert De Mangeleer en Joachim Boudens is met zijn 22 couverts en omakaseconcept de meest intieme en uitgesproken gastronomische ervaring. Fine Fleur (1 ster) brengt onder leiding van Jacob Jan Boerma en Thomas Diepersloot een eigentijdse keuken in een opvallend modern interieur. Bar Bulot kiest dan weer voor de ongedwongen sfeer van een klassieke brasserie, met een sterke focus op vis, schaal- en schelpdieren. Henry’s Bar & Bistro biedt een meer ontspannen alternatief.
Ook buiten de klassieke restaurantsetting valt er culinair heel wat te beleven. In het ‘peperkoekenhuisje’ in de kloostertuin krijgt Afternoon at Botanic by Roger van Damme de vorm van een verfijnde high tea. En ook de weelderige Botanic Breakfast Experience maakt van het ontbijt meer dan een eerste maaltijd van de dag.
Alsof die culinaire rijkdom nog niet volstaat, kwamen er dit jaar twee nieuwe adressen van sterrenchef Yves Mattagne bij. Sanctus, Latijn voor ‘heilig’, mikt op gastronomisch topniveau, terwijl Hidden Garden een meer ontspannen invulling krijgt, met gerechten die de reislust en het culinaire verleden van de chef weerspiegelen.
En de culinaire kaart van Botanic blijft zich uitbreiden. Binnenkort opent in de oude kloosterkeukens Materia, een tweede vestiging van het bekende Italiaanse fine diningrestaurant uit Antwerpen. Zo groeit het domein steeds verder uit tot een gastronomische bestemming waar verschillende stijlen, chefs en ervaringen samenkomen.
“Het houdt op culinair vlak blijkbaar niet op”, zeg ik tegen Roy Tomassen. “Is dit niet wat veel van het goede? En hoe vul je iedere dag al die restaurants?”
De algemeen directeur lacht. “Het is inderdaad een uitzonderlijk breed gastronomisch aanbod. Die ontwikkeling was al ingezet voordat ik hier kwam, dus ik ga verder op een koers die al was uitgezet. Maar een collectie van zoveel verschillende restaurants op één locatie is fantastisch. En het past ook heel goed bij Antwerpen.”
Toen Roy vanuit Amsterdam naar Antwerpen kwam, viel hem één ding meteen op: de plaatselijke eetcultuur. “De eerste maand stond ik echt met mijn mond open. Die lokale cultuur rond eten en drinken is enorm sterk. In België is gastronomie niet zomaar een onderdeel van hospitality. Het zit echt in de cultuur. Juist daarom hoeft gastronomie in Botanic niet één gezicht te hebben. Je hoeft hier niet elke dag in een sterrenrestaurant te willen eten. Wat ik sterk vind aan Botanic, is dat de restaurants wel bij het geheel horen, maar allemaal een eigen identiteit hebben. Die diversiteit maakt het interessant.”
Ook de zelfstandigheid van de chefs en ondernemers speelt daarin een belangrijke rol. “Wij werken graag met zelfstandige chefs. Zij kunnen keuzes maken die je vanuit een algemeen hotelmanagement misschien minder snel zou maken. Tegelijkertijd werken we heel nauw samen. Mijn collega en ik zitten wekelijks met de chefs rond de tafel om te zien hoe we hen kunnen ondersteunen.”
Die samenwerking gaat verder dan alleen het delen van een locatie. “Wij stellen de ruimte ter beschikking, terwijl zij hun eigen identiteit, gasten en netwerk meebrengen. Daarmee bereiken we ook mensen die misschien nog nooit eerder in Botanic zijn geweest. Uiteindelijk hebben we veel gasten gemeen. Hotelgasten gaan naar hun restaurants, maar restaurantgasten kunnen ook onze gasten worden.”
Voor de hotelier is die culinaire dynamiek dan ook meer dan een aantrekkelijk extra voor hotelgasten. Ze helpt Botanic ook om zich sterker met de stad te verbinden. “Gastronomie is hier een bestemming op zichzelf. En dat past bij wat Botanic wil zijn: een plek waar mensen niet alleen komen om te slapen, maar ook om te eten, te drinken en de verschillende werelden binnen dit domein te ontdekken.”
Door Peter Van Oyen – Foto’s Quality Lodgings